Je staat moederziel alleen met een glas in je hand op een verjaardag waar je niemand kent. Je ziet groepjes lachen en praten, maar het lukt je maar niet om een praatje te beginnen. Of je zit tijdens de lunch aan tafel met collega’s die in de pauze allemaal wel iets slims of grappigs weten te zeggen, terwijl jij stilletjes lijkt te versmelten met je broodje kaas.
Smalltalk
Herkenbaar? Dan is de kans groot dat je jezelf erbij hebt neergelegd dat je gewoon niet zo goed bent in smalltalk. ‘Misschien ben je er zelfs een beetje trots op’, zegt communicatietrainer Iris Posthouwer, auteur van Small Talk Survival. We zien gesprekjes over ditjes en datjes – in de volksmond omgedoopt tot smalltalk – volgens haar vaak als nutteloos gebabbel, een sociale verplichting waar je even doorheen moet voordat het échte gesprek begint. ‘Maar dat klopt niet’, zegt ze. ‘Smalltalk is juist heel belangrijk in onze communicatie.’
We zijn geneigd om smalltalk te beoordelen op de inhoud, waardoor we het al snel afschrijven als iets onbeduidends: ‘Dit gesprekje ging he-le-maal nergens over.’ Een denkfout, volgens Iris, die een speciale training heeft ontwikkeld om beter te worden in smalltalk.
‘Je moet smalltalk zien als een soort sociale smeerolie. Je voelt ermee aan of iemand vriendelijk is, of je op een open en veilige manier met de ander kunt communiceren. Pas als je een beetje vertrouwen voelt, kun je echt iets met elkaar delen. Dat is evolutionair zo bepaald: je moet eerst aftasten of iemand je geen kwaad doet voordat je met elkaar in zee gaat. Veel mensen denken dat ze sociaal onhandig zijn als het niet vanzelf lukt om met mensen te babbelen over ditjes en datjes. Maar je kunt leren hoe je gesprekjes soepeler begint, hoe je ze boeiend maakt en hoe je er op een elegante manier een einde aan breit.’
Ik zie je
Als we denken aan smalltalk, dan denken we vaak als eerste aan: wat moet ik zeggen? Maar eigenlijk begint zo’n gesprekje al voordat je iets zegt. In het boek How to talk to anyone, een klassieker die onlangs werd geüpdatet, noemt communicatiedeskundige en bestsellerauteur Leil Lowndes dit ‘first sight signals’: je houding, blik en glimlach bepalen of iemand zich uitgenodigd voelt om met je te praten.
‘We zijn ons vaak niet bewust van hoe we overkomen op anderen, terwijl je lichaamshouding heel veel zegt. Kijk je naar de grond of heb je een open blik? Kom je gehaast over of ben je beschikbaar? Haar tip: denk niet meteen aan praten, maar aan afstemmen. Adem laag, want dat zorgt ervoor dat je kalm en rustig overkomt. Richt je aandacht daarna volledig op de ander: kijk hem of haar aan, zorg voor een glimlach op je gezicht. Daarmee geef je het signaal: ik ben hier, ik zie je, het is veilig.
‘Veel mensen maken het zichzelf onnodig moeilijk door op zoek te gaan naar het perfecte openingszinnetje’, zegt Iris. ‘Daar kun je mee stoppen, want dat bestaat niet.’ Een veel betere – en makkelijkere – manier om een gesprekje op te starten is door te beginnen over iets wat je waarneemt in het moment. In Small Talk Survival noemt Iris dit ‘opmerkzaam zijn in plaats van origineel willen zijn’. Bijvoorbeeld: ‘Volgens mij staan we in de koudste hoek van het terras’, of: ‘Die taart daar ziet eruit alsof-ie levensgevaarlijk lekker is.’ Maak je niet druk of je wel spitsvondig genoeg overkomt, want niemand verwacht dat je grappen maakt van het niveau Peter Pannekoek of Claudia de Breij. ‘Het gaat erom dat je contact maakt met de situatie die jullie delen’, legt Iris uit. ‘Dat werkt als een ijsbreker en het geeft jullie iets om over door te praten, zonder dat je meteen de diepte in hoeft.’
'Het is geen nutteloos gebabbel, maar heel belangrijk in onze communicatie'
Wees nieuwsgierig
Een andere handige manier om een praatje aan te knopen is het geven van een compliment. ‘Dat is de koningin van de smalltalk’, zegt Iris. ‘Maakt niet uit of je op een receptie bent of na afloop van een zwemtraining onder de douche staat. Er is altijd wel iets waar je een compliment over kunt geven. ‘Wauw, wat een prachtige outfit draag jij! Waar heb je dat gekocht?’ Of: ‘Hé, wat een bijzondere flippers heb jij. Zwemt dat fijn?’ Zoek naar iets wat je daadwerkelijk meent, zodat je oprecht overkomt, en plak er meteen een vervolgvraagje aan vast. Mensen vinden het vaak ongemakkelijk om complimenten aan te nemen, wat je kunt verhelpen met een soort follow-upje: ‘Zit er een bepaalde gedachte achter je kledingkeuze?’ Dan heb je meteen een ingangetje om verder te praten: ‘O, je hebt je pak gekocht in Haarlem, ik vind dat zo’n gezellige stad. Is het leuk om daar te shoppen?’
Een grote valkuil bij smalltalk is: denken dat je steeds iets slims of belangrijks moet zeggen om de aandacht van de ander vast te houden. Maar dat is precies wat veel gesprekken volgens How to talk to anyone de das omdoet. ‘People worry too much about being interesting. But the real secret is: be interested’, schrijft auteur Leil Lowndes in haar boek. Als je nieuwsgierig bent en oprecht luistert, komt de rest volgens haar vanzelf.
‘Maak er geen kruisverhoor van, maar stel open vragen die gaan over ervaring of beleving’, adviseert Iris. Dus niet: ‘Werk je hier al lang?’ Maar: ‘Wat vind je het leukste aan je werk?’ of: ‘Hoe kwam je erbij om dit werk te gaan doen?’ Daarmee geef je de ander de ruimte om iets persoonlijks te delen, waar jij op door kunt vragen. We denken vaak dat we iets ‘moeten’ brengen in een gesprek: een grapje of een originele anekdote. Maar het werkt vaak veel beter om gewoon stil te zijn en goed te luisteren.’
'Een grote valkuil: denken dat je steeds iets slims of belangrijks moet zeggen'
Verboden onderwerpen
Een goede gespreksflow voelt als een pingpongspel. Je luistert, reageert, deelt iets terug. En je stemt steeds opnieuw af: wat gebeurt er bij de ander? Wat gebeurt er bij mij? Iris: ‘Je hoeft niet overal op in te haken of het gesprek over te nemen. Vaak is het zelfs beter om het gewoon even bij de ander te laten.’ Als iemand vertelt dat ze vanochtend bijna haar trein heeft gemist, hoef jij niet meteen te beginnen over die keer dat jij op Schiphol strandde. Je kunt ook gewoon zeggen: ‘O, was je laat?’
Het letterlijk herhalen van een woord of een zin van je gesprekspartner is een bekende manier om meer verdieping te krijgen in je conversatie. Er is zelfs een speciale naam voor: parroting technique. ‘Stel dat iemand zegt: ‘Ik was laatst in Valencia’, dan antwoord jij met: ‘Valencia?’ legt Leil Lowndes in haar boek uit. ‘Zo laat je zien dat je naar de ander luistert – en nodig je hem of haar subtiel uit om verder te praten.’
Er wordt weleens geadviseerd welke onderwerpen je tijdens smalltalk wel en vooral niet zou moeten aansnijden. ‘Je hoort soms dat je het niet over godsdienst en politiek zou mogen hebben’, zegt Iris. ‘Zelf ben ik niet zo van het vermijden van onderwerpen, maar met vragen over het nieuws, cultuur, het weer, films of een gedeelde ervaring zit je eigenlijk altijd goed. Ik had op borrels en verjaardagen een tijdje als favoriete onderwerp de Noord/Zuidlijn, omdat iedereen in Amsterdam daar wel iets van vond.
Als je weet dat je naar een borrel of netwerkgelegenheid gaat waar je weinig mensen kent, dan kan het slim zijn om van tevoren thuis al na te denken over bepaalde onderwerpen waar je het gesprek naartoe kunt sturen. Of bedenk vooraf een paar leuke, inspirerende vragen, bijvoorbeeld: ‘Wat zouden mensen niet van jou verwachten?’ of: ‘Van welke aankoop van honderd euro heb je de meeste lol gehad?’
'Een goede gespreksflow voelt als een pingpongspel'
Brei er een eind aan
Soms loopt een gesprek gewoon niet, ondanks al je goede bedoelingen. De klik is er niet, de ander geeft alleen korte antwoorden. Het is verleidelijk om dan meteen af te haken, maar je kunt het ook zien als een manier om te oefenen met ongemakkelijke situaties. ‘Laat om te beginnen de controle los’, zegt Iris. ‘Je hoeft het gesprek niet te ‘redden’ of alle stiltes op te vullen. Wees eerlijk en zeg bijvoorbeeld: ‘Ik merk dat ik even moet zoeken naar waar we het over kunnen hebben.’ Daarmee breek je de boel open, wat vaak als een opluchting voelt voor jullie allebei. Dat geeft je de kans om het praatje te beëindigen op een manier die prettig is voor jullie allebei. Veel mensen vinden dat lastig, omdat ze denken: ik moet een reden verzinnen om door te gaan naar de volgende persoon. Maar smalltalk is niet bedoeld om eeuwig te duren. Je wilt ook gewoon nog even kletsen met anderen.’
Weersta de verleiding om te zeggen dat je naar het toilet moet en kondig je vertrek ook niet met veel ophef aan: ‘Ik vind het heel vervelend om te zeggen, maar…’ Dat is allemaal nergens voor nodig, want de ander begrijpt best dat je weer verdergaat. Iris raadt aan om een paar zinnetjes paraat te hebben om een einde aan het gesprek te maken: ‘Ik vond het leuk om met je te praten, zullen we ons weer eens van onze sociale kant laten zien en een beetje mengen met de groep?’ Sluit af met een punt en niet met een komma: ‘Dan ga ik weer eens verder, gezellig om je te spreken!’ Op die manier laat je de ander met een goed gevoel achter en kunnen jullie allebei verder. Smalltalk wordt vaak onderschat, maar wie zich er een beetje in verdiept, leert dat het juist dit soort kleine uitwisselingen zijn die verbinding brengen, vertrouwen opbouwen en wellicht zelfs deuren openen.’
10 tips om te smalltalken
1. Zeg nooit alleen je naam.
Lowndes noemt dat ‘de kale introductie’: je zegt wie je bent, en verder niks. Voeg iets toe. Bijvoorbeeld: ‘Ik ben Eva en ik stond net een kwartier te twijfelen tussen rode wijn of cola zero.’ Iets luchtigs geeft ruimte voor reactie.
2. Vraag niet: ‘Hoe gaat het?’
‘Dat blokkeert meteen’, zegt Iris. ‘Het is een te brede vraag.’ Beter: ‘Wat vind je het leukste aan je werk?’ of: ‘Wat doe jij het liefst op een vrije dag?’
3. Maak het niet te ingewikkeld.
Je hoeft niet briljant uit de hoek te komen. Zeg gewoon: ‘Wat een fijne geur hangt hier, weet jij wat dat is?’ of: ‘Volgens mij ben jij hier al vaker geweest?’
4. Begin met een observatie, niet met een oordeel.
Lowndes raadt aan te beginnen met iets wat jullie delen: de ruimte, de muziek, de situatie. Dus: ‘Druk hè?’ is beter dan: ‘Ik vind deze ruimte niks.’
5. Stel vragen over ervaringen, niet over feiten.
Iris: ‘In plaats van ‘Werk je hier al lang?’ kun je vragen: ‘Hoe is het om hier te werken?’ Daarmee nodig je uit tot een verhaal.
6. Glimlach niet meteen.
Lowndes zegt: ‘Kijk iemand eerst even rustig aan, ga dan pas glimlachen. Dat voelt natuurlijker en minder alsof je op de automatische piloot staat te socializen.’
7. Bereid je voor.
Ga je naar een borrel of event? Lowndes raadt aan om vooraf al een paar gespreksonderwerpen te bedenken, zoals je ook nadenkt over je kleding: wat past bij de gelegenheid?
8. Laat een stilte gewoon even zijn.
‘De meeste mensen willen stiltes meteen opvullen’, zegt Iris. ‘Terwijl je ook gewoon even kunt ademen, kijken en pas dán iets zeggen.’ Benoem het eventueel: ‘Ik moet even schakelen hoor.’
9. Geef de ander een fijne exit.
Niet elk gesprek hoeft uren te duren. Zeg: ‘Ik vond het leuk om met je te praten, ik ga nog even een rondje maken.’ Zo blijft het licht en vriendelijk.
10. Sluit af met iets specifieks.
Lowndes: ‘Laat mensen zich herinnerd voelen. Dus: “Ik vond het leuk wat je vertelde over je motorreis, fijne avond nog!” Daarmee maak je van een kort gesprek iets wat bijblijft.’
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F07%2FhNpsZoatSRErEq1751979071.png)
Benieuwd naar meer inspirerende verhalen en tips? Je leest het in de nieuwste Happy in Shape!
- Tekst: Fleur Baxmeier
- Adobe Stock