1. Functionele fitness
Het is zeker een prestatie wanneer je tientallen kilo's met de legpress omhoog kunt duwen, maar in het echte leven zul je deze beweging niet al te vaak maken. Tegenwoordig gaat het op fitnessgebied om functioneel trainen. Minder apparaten, meer bewegingen die je ook in het dagelijks leven maakt, zoals duwen, trekken, draaien en stappen. Bij functionele fitness is er meer aandacht voor bewegingen met vooral eigen lichaamsgewicht (en dumbells en barbells), die meerdere spiergroepen tegelijk aanspreken, denk aan squats, lunges en push-ups. Alles om de stramme spieren na gemiddeld 9 uur zitten per dag los te maken en houden. En vooral: je traint op basis van wat je eigen lichaam aan kan, niet met een push-programma dat je dingen strikt voorschrijft. De betere kracht, balans en coördinatie zorgen ervoor dat je soepeler beweegt in het dagelijkse leven.
2. Klimmen en boulderen
De populariteit van klimsport stijgt tot grote hoogte. Waren er in 2010 nog maar 16 klimhallen, vorig jaar telde de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging circa 80 locaties waar je kunt boulderen of klimmen. Verder komen er steeds meer klimbossen, zodat de sport ook in de buitenlucht kan worden beoefend. De verklaring? Met klimmen en boulderen train je je lichaam én je brein. De route op de klimwand is een puzzel die je hoofd aan het werk zet, je lichaam zorgt er vervolgens voor dat je die weg ook volgt. Het is een full body workout, waarbij je je core traint voor meer balans, en je armen, schouders en rug gebruikt om jezelf omhoog te trekken en je benen om jezelf omhoog te duwen. Bovendien is het een sport die je op vrijwel elke leeftijd en in groepsverband kunt doen.
3. Exercise snacken
We willen wel sporten, maar wannéér dan? Met drukke agenda's schiet het sporten er nog wel eens bij in. Daarom voorspellen experts dat korte work-outs van maximaal dertig minuten een vlucht zullen nemen. Exercise snacken of micro movement wordt het ook wel genoemd. Het kan een High Intensity Training (HIT) of een circuit van een half uur zijn, maar als het niet lukt om naar de sportschool te gaan, kun je met een thuiswork-out of oefeningen achter of naast je bureau ook werken aan je gezondheid. Denk aan vijf minuten squats, push-ups, jumping jacks, planken en burpees. Het hoeft niet heftig, je wilt immers niet bezweet weer achter je bureau zitten. Onderzoek leert dat de effecten van drie work-outs van tien minuten verspreid over de dag vergelijkbaar zijn met een uur traditionele training.
4. Walking football
Weer eens wat anders: walking football. De sport werd in 2011 in Engeland bedacht door oudere voetbalspelers die wilden blijven spelen, maar niet meer met de snelheid en gevaren die we van het 'echte' voetbal kennen. Bij deze aangepaste vorm is rennen verboden en wordt er gespeeld op een kleiner veld en in kleinere teams; denk vijf of zes spelers. Minder kans op blessures, goed voor de conditie zonder uit te putten en – door de korte bewegingen – goed voor de coördinatie en beenspieren en -gewrichten. Voetbal voor oudjes dus, en met dank aan de vergrijzing een groeiende sport: het wordt inmiddels bij meer dan 500 verenigingen in Nederland aangeboden. Oók voor vrouwen: vorig jaar maart werd het eerste landelijke dames walking football-toernooi in Almelo georganiseerd en er zijn steeds meer gemengde teams.
5. Hardlopen (en meer)
Hardlopen is na fitness, wandelen en fietsen de vierde sport van Nederland: je hebt er immers niet veel voor nodig en kunt het altijd en overal doen. De sport maakte een sprint in coronatijd. Waar we toen vooral in ons uppie een rondje renden, wordt het steeds populairder om mee te doen aan wedstrijden. De echte diehard gaat voor de trailrun, triatlon (zwemmen, hardlopen en fietsen) en aquatlon (hardlopen en zwemmen); deze hardloopevenementen worden steeds groter en vaker gehouden. Ook gaan we in andere vormen hardlopen: met de alsmaar groeiende behoefte om buiten te zijn zoeken we voortaan meer de trails en natuur op. Daarbij draait het minder om snelheid en finishen, maar meer om mindfulness en even weg uit de drukte. Of we zetten juist ook ons hoofd aan, met het zogeheten ‘oriënteringslopen’. Met behulp van kaart en kompas leg je zo snel mogelijk een route langs controlepunten af. Deze kunnen in de stad plaatsvinden, waardoor je zomaar nieuwe verrassende hotspots kunt ontdekken, of juist in de natuur.
6. Go with the flow
Minder pompen en high intensity: anno nu is het go with the flow, met flow yoga, core flow en functional flow. Met dank aan het razend populaire (Reformer) Pilates, waarbij de bewegingen veel vloeiender en zonder lange tussenposes zijn; zie hier de verklaring voor de naam. Doordat de lessen en poses steeds anders en daardoor verrassend zijn, is het makkelijker vol te houden (zowel de les zelf als het steeds opnieuw naar de les toe gaan) dan een standaard programma dat kan gaan vervelen. Bovendien wordt het vaak in kleinere groepen aangeboden, waardoor de drempel om te beginnen lager is en de begeleiding persoonlijker. De poses zorgen voor soepelere gewrichten en meer lenigheid en de aandacht voor de ademhaling werkt ook in het dagelijks leven door.
7. Cyclus-training
Dankzij alle technologieën worden trainingen persoonlijker. Al en smartwatches zullen je biologische klok steeds beter herkennen en aanbevelingen doen voor de juiste training (en voeding) op de juiste tijden: zogeheten bio sync trainingen. Met dank aan de techniek weet je hoe jouw ritme werkt en wanneer jouw energiemomenten zijn; dat zijn de tijdstippen waarop je een work-out het beste kunt plannen. Het Cycle Syncing is hiervan een voorbeeld: een training die rekening houdt met je menstruatiecyclus. In de fases waarin de energie laag is, tijdens het menstrueren en na de ovulatie, worden yoga- of pilatesoefeningen aangeboden. In de andere fases - na het menstrueren en na de ovulatie - stijgt de energie en wordt er gefocust op HIT en krachttraining.
8. Aquapaddling
Het Stand Up Paddelen wordt al gezien als een van de snelst groeiende watersporten ter wereld, en dus duiken er in rap tempo allerlei varianten op. Zoals het aquapaddling, waarbij je een vaste afstand – vaak vijf kilometer – peddelend in het water aflegt. Dat kan op een SUP-board, maar het mag ook in een kano of kajak. Of een combinatie met power walking, waarbij je naar een plek peddelt, om vervolgens een stuk in rap tempo te wandelen. Andere opkomende varianten zijn SUP-fitness, waarbij je op het board oefeningen als side planks en mountainclimbers doet. Of in elk geval probeert te doen. Hiermee train je je kracht, balans én core nog meer dan met gewoon suppen. Het suppen zelf wordt steeds vaker in competitieverband gedaan: de kalender van 2026 telt zo'n tien officiële SUP-races in onder meer Haarlem, Loosdrecht en Harderwijk.
9. Herstel
Noem het wellness, noem het herstel: de 'derde helft' van de training krijgt steeds meer aandacht. Bijna elke grotere en zichzelf respecterende gym heeft inmiddels wel een sauna om de spieren te laten ontspannen, of een ijsbad voor een betere doorbloeding, wat weer helpt tegen spierpijn. Experts zien het onderdeel 'herstel' steeds belangrijker worden, met mogelijkheden om na de training in de sportschool gebruik te maken van stoombaden, hydropools, verwarmde ligbedden of zelfs zuurstoftherapie. Maar ook los van zulke techniek komt er meer focus op herstel, met speciale lessen voor stretchen, mobiliteit en ademhalingsoefeningen.