‘Toen ik op mijn zesde een sport mocht uitkiezen, wilde ik op voetbal, net als mijn broer. Maar mijn ouders dachten: jij doet je broer al met alles na, dus ga jij maar lekker op hockey. Mijn moeder hockeyde ook, niet op een extreem hoog niveau, maar ze had er wel plezier in. Ik vond voetbal echt leuk, maar ik bleek hockey ook geweldig te vinden. En ik was er meteen heel goed in, dat hielp, haha. Ik heb talent, al kwam dat besef pas veel later. Ik speelde bij HC Groningen en werd regelmatig door de trainer van de jongetjes opgehaald om met hen mee te spelen. Daar had ik meer uitdaging, dus dat was beter voor mijn ontwikkeling. Ik vond hockey gewoon leuk, maar was niet bezig om de beste erin te worden.’
‘Op mijn tiende zijn we verhuisd naar Utrecht. Daar ging ik trainen bij Kampong. Ik speelde op het hoogste niveau in de jeugdelftallen en kwam op een gegeven moment op de leeftijd dat ik geselecteerd kon worden voor Nederlands Meisjes B. Daar spelen de beste Nederlandse spelers tot zestien jaar, maar ik werd steeds net niet geselecteerd. Op mijn achttiende werd ik vanuit de schaduwgroep geselecteerd voor het Nederlands Jeugdelftal. Van jongs af aan was het een droom om ooit mee te doen aan de Olympische Spelen. Op het moment dat je in het Nederlands Elftal komt, wordt dat ineens haalbaar. Ik wilde er alles aan doen om die droom werkelijkheid te laten worden.’
‘Nee, dat is nog zacht uitgedrukt. Het begon fantastisch. In één jaar tijd leken al mijn dromen uit te komen. Ik zat sinds 2018 bij het Nederlands team en was met mijn club Europees kampioen en landskampioen geworden. De Olympische Spelen van Tokio had ik al met potlood op de kalender omcirkeld. Tot die dag in september 2019. We hadden een lastige wedstrijd gespeeld bij SCHC. Ik zette de auto in z’n achteruit, zag niets aankomen en draaide in. Toen reed een andere auto hard op mij in. In eerste instantie leek het niet zo heftig. De auto’s hadden deuken, maar ze waren niet total loss. Ik voelde me wel wazig en moe, maar je doet aan topsport, dus dat komt vaker voor.’
In één jaar tijd leken al mijn dromen uit te komen
‘Precies. Mijn nek voelde stijf, maar ik had een onverwachte beweging van voor naar achter gemaakt. Dan is dat ook niet zo gek. Ik ging terug naar mijn kamer in een studentenhuis in Utrecht en was heel moe, maar dat ben ik wel vaker na wedstrijden. Ik ging eten met mijn huisgenoten en vroeg naar bed. De twee dagen erna was ik wat vermoeider dan normaal. Een beetje wazig en wat emotioneler. Ik zocht daar niet megaveel achter. Op woensdag, drie dagen na de botsing, kwam de klap. Ik werd wakker en merkte meteen: dit is foute boel.’
‘Ik was ontzettend moe en had enorme pijn in mijn hoofd. Het voelde alsof er een te strak elastiek om mijn hoofd zat, met bovenop nog een schijf van twee kilo uit de gym. Die druk was er de hele tijd. Ik heb mijn moeder gebeld om te zeggen dat het niet ging: “Mam, ik voel me echt niet goed, kom je me halen?” Geluid of licht kon ik niet verdragen. Op een gegeven moment was mijn vader het bestek aan het afwassen in de gootsteen. Ik zat in de woonkamer en de geluiden gingen recht door mijn schedel. Het is moeilijk om je voor te stellen hoe het is als je het zelf niet hebt meegemaakt. Ik sliep vijftien uur per dag. Mijn slaapkamer is bij mijn ouders op de tweede verdieping. Als ik naar beneden was geweest en weer naar boven ging, was ik daarna totaal uitgeput. Alle soorten prikkels waren me te veel. Ik voelde me heel leeg en emotieloos, maar tegelijkertijd moest ik de hele tijd huilen. Een arts stelde een hersenschudding bij me vast, maar toen wist ik eigenlijk nog niet zoveel.’
Mijn gevoel was leeg en emotieloos, maar tegelijkertijd moest ik de hele tijd huilen
‘Als je een gebroken hand hebt of een knieblessure, dan krijg je een duidelijk schema. We gaan je opereren, zolang gaat het duren, deze oefeningen kun je doen. Maar bij een hersenschudding weet je totaal niet waar je aan toe bent. Ondertussen werd ik ongeduldig en ongerust. De Olympische Spelen stonden over elf maanden op het programma en die wilde ik niet missen. Een KNVB-arts met verstand van hersenschuddingen zei tegen me dat ik stap voor stap rustig moest gaan opbouwen. Maar ja, wat is stap voor stap? Wat is rustig opbouwen? Er was binnen de hockeywereld weinig bekend over hersenschuddingen. Richtlijnen ontbraken, dus dat was een proces van trial en error. Proberen wat lukt en je de volgende dag realiseren: oh, dit was te veel. Ik had die droom om naar de Olympische Spelen te gaan, maar tegelijk zat ik nog niet zo lang bij het Nederlandse team. Voor mijn gevoel was mijn plekje nog niet zeker en ik wilde niet dat ze dachten dat ik me aanstelde. Die indruk hebben ze me nooit gegeven, maar die gedachte zat wel in mijn hoofd.’
‘Ja, daar heb ik fouten in gemaakt. Het moeilijke van een hersenschudding is dat het een onzichtbare blessure is. In het begin zag ik er echt beroerd uit, maar na een week of drie was er niks meer aan me te zien. Voor de buitenwereld leek het alsof alles weer normaal was, maar voor mij was het dat niet. Die hoofdpijn, de geluiden, het licht… Ik probeerde mijn trainingsschema zo goed en zo kwaad als het ging weer op te pakken. Voor elke training pepte ik mezelf helemaal op, maar daarna moest ik ontprikkelen. Mijn trainingen waren de enige activiteiten die ik op een dag deed. Daarnaast stond mijn leven stil. Dat heb ik niet goed aangepakt, ook omdat ik de begeleiding daarin miste. Je moet eerst je dagelijkse bezigheden oppakken en pas daarna weer gaan denken aan sporten. Maar op dat moment had ik alles over voor de Olympische droom.’
‘Eigenlijk pas drie maanden van tevoren. De Olympische Spelen waren door corona uitgesteld naar 2021. Ik dacht: dit is een geschenk, want nu heb ik langer de tijd om te herstellen. In de praktijk ben ik nog een jaar langer over mijn grenzen gegaan. Op een gegeven moment kon ik wel weer een beetje hockeyen, waardoor ik dacht: het gaat echt wel wat beter. Je weet op een gegeven moment ook niet meer wat normaal is, hè. Het ongeluk was anderhalf jaar geleden en ik was blij met alle stapjes die ik zette. Ik was weer een beetje aan het hockeyen, wat mij ontzettend blij maakte. Dat ik daarnaast nergens energie meer voor had, nam ik voor lief. Totdat we een wedstrijd speelden en ik een kleine botsing had met een andere speler. De meeste mensen zagen het niet eens gebeuren, maar voor mij was de impact zo groot. Mijn hoofd ging van voor naar achter en alle klachten die ik had afgebouwd, waren in één keer terug. Het licht, de geluiden, de druk op mijn hoofd. Ik stond nog op het veld toen ik me realiseerde: het houdt hier en nu op.’
‘Ik was 24 en kon niet normaal leven. Even lunchen met mijn vriend of afspreken met een vriendin? Onmogelijk. Er was niets buiten het sporten. Helemaal niets. Ik ging steeds maar door en door, vanuit een prestatiedrang die groter was dan ik. Ik ben mezelf heel erg voorbijgelopen. Ondertussen was ik het vertrouwen in mijn lichaam zo kwijt dat ik dagelijkse paniekaanvallen had. Ik durfde niet meer alleen te zijn, omdat ik letterlijk dacht dat ik dood zou gaan. Toch dacht de naïeve Marijn nog: als ik lekker op vakantie ga met mijn vriend, komt het wel goed. Maar als je twee jaar lang over je grenzen bent gegaan, komt juist alles eruit als je jezelf ineens tot stilstand maant. Het idee was dat we een maand naar Italië zouden gaan, maar na twee weken heb ik gezegd: ik moet naar huis. Het ging zó niet goed met mij, ik had hulp nodig. Mijn lichaam was op, ik kon niet meer. Uiteindelijk ben je zelf verantwoordelijk voor je eigen leven en herstel, dus ik ben mensen om me heen gaan verzamelen die ik volledig vertrouwde. Mensen die geen belang hadden bij Marijn als sporter, maar alleen bij Marijn als mens.’
‘Ik heb allemaal alternatieve geneeswijzen uitgeprobeerd. Van een Chinese arts en een voetenvrouw tot meditatietechnieken. Tegelijkertijd was ik onder behandeling van een fysiotherapeut en een psycholoog. Met de psycholoog heb ik heel veel gepraat: wat is er nou gebeurd, hoe voel je je daaronder, hoe kun je dit in de toekomst anders aanpakken? Dat heeft me enorm geholpen om de paniekaanvallen onder controle te krijgen en alle tegenslagen te verwerken. Ik had al die tijd het idee dat ik het zelf moest doen. Maar je hoeft problemen echt niet in je eentje op te lossen. Het is alleen maar goed als je hulp vraagt. De fysio is echt gaan kijken naar mij: wat zit er niet goed? Hoe kunnen we dat verbeteren? Zij constateerde dat mijn nekspieren niet meer functioneerden. Normaal kun je je hoofd optillen als je plat op de grond ligt. Ik kon dat niet. Als je die beweging niet kunt maken, kun je ook geen klappen opvangen. Vanaf dat moment ben ik elke dag gaan oefenen met heel kleine bewegingen om die nek weer sterk te maken. Van rock bottom ging ik weer naar een gezond lichaam, in plaats van meteen door naar topsport. Dat heeft me enorm geholpen, omdat ik langzaam maar zeker de controle over mijn leven weer terugkreeg. Ik noem alle mensen die mij hebben geholpen mijn helden, omdat zij mij er samen bovenop hebben gekregen.’
‘Fantastisch. Ik heb een tijd gedacht: dit gaat nooit meer over. Dat vond ik heel moeilijk, die onmacht en het oneerlijke gevoel van: ik heb een talent, maar kan het niet laten zien. Maar ergens heb ik altijd gedacht dat dit niet de uitkomst kon zijn. Toen ik stopte met trainen voor Tokio, werd Parijs meteen mijn volgende doel. Het idee dat ik daar onderdeel van kon zijn, heeft mij ontzettend geholpen om te komen waar ik nu ben. Hup, kom je bed uit, zoek hulp, fiks het. Je kunt weer fit worden, de wonderen zijn de wereld nog niet uit. Toen we vervolgens op de Olympische Spelen stonden en ook nog goud wonnen, was dat wel even een ontlading. Ik zeg altijd dat ik alle struggles van de afgelopen jaren liever niet had meegemaakt, maar ik heb mezelf er ook heel goed door leren kennen. Ik heb veerkracht gekregen en realiseer me heel goed dat er meer is in het leven dan alleen sport. In de jaren dat ik er tussenuit was, heb ik eigenlijk alles gemist waarvan ik droomde: het WK, het EK, de Olympische Spelen. Maar met mij als persoon is het alsnog helemaal goed gekomen. Dat geeft rust.’
‘Ik wil nog doorspelen tot de Olympische Spelen in Los Angeles in 2028. Dan is het wel mooi geweest en ga ik me richten op mijn maatschappelijke carrière. Niet meer in het ‘regime’, maar wat losser leven. Ik ben bezig met een studie psychologie die ik tegen die tijd hopelijk heb afgerond. Het gedrag van mensen heb ik altijd al interessant gevonden, hoe we daarin kunnen verschillen en waardoor dat komt. Ik denk dat mijn eigen ervaringen van de laatste jaren daar heel waardevol bij kunnen zijn, omdat ik weet hoe moeilijk het is als het in je hoofd niet goed zit en hoe zwaar het kan zijn om jezelf weer op de rails te krijgen. Binnen de hockeywereld is daar inmiddels ook veel aandacht voor. Bij mijn hockeyclub Amsterdam hebben we een samenwerkingsverband met OpenUp, een platform voor mentale fitheid en persoonlijke groei, waardoor alle clubleden van boven de zestien jaar de mogelijkheid hebben om aan zichzelf te werken. Ik vind het heel goed dat mentale gezondheid in de sport op die manier wordt genormaliseerd. Ik hoop dat praten over hoe het met je gaat en over mentale uitdagingen net zo vanzelfsprekend wordt als de fysieke training.’
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Happy in Shape thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct